ECLI:NL:CRVB:2018:3426
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen wegens niet duurzaam gescheiden leven
Appellante ontving sinds december 2009 een AOW-pensioen voor een ongehuwde. Na het aangaan van een geregistreerd partnerschap in september 2015 herzag de Sociale Verzekeringsbank (Svb) het pensioen naar een gehuwd pensioen. Appellante maakte bezwaar tegen deze herziening, stellende dat zij en haar partner duurzaam gescheiden leven.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat duurzaam gescheiden leven niet ondubbelzinnig uit de feiten bleek. Appellante en haar partner onderhouden een affectieve relatie, wonen apart, hebben gescheiden financiën, maar zien elkaar regelmatig en ondernemen gezamenlijke activiteiten. Dit strookt niet met het criterium dat zij een eigen leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad verwijst naar vaste jurisprudentie waarin vergelijkbare situaties zijn beoordeeld en concludeert dat het pensioen terecht is herzien. Appellante's argument dat de regelgeving achterhaald is, wordt niet gevolgd. De uitspraak is definitief en partijen kunnen binnen zes weken cassatie instellen.
Uitkomst: De herziening van het AOW-pensioen naar een gehuwd pensioen wordt bevestigd omdat appellante en haar partner niet duurzaam gescheiden leven.