ECLI:NL:CRVB:2018:3436
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijzondere bijstand en boete wegens niet-melding onroerend goed in Turkije
Appellanten ontvingen bijzondere bijstand naast hun AOW-pensioen, maar maakten geen melding van onroerend goed in Turkije. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) ontdekte dit buitenlandse vermogen via een rapportage van de Nederlandse ambassade in Ankara, waarop het college van burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen de bijzondere bijstand introk en terugvorderde, en een boete oplegde wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond en oordeelde dat het college de boete onjuist had berekend, waarna het college de boete herstelde. De rechtbank vernietigde dit herstelbesluit echter omdat de boete niet correct was toegerekend aan afzonderlijke uitbetalingen.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat het buitenlandse onderzoek onrechtmatig was, met een inbreuk op artikel 8 EVRM Pro en Turkse wetgeving. De Raad overwoog dat het bewijs naar Nederlands en Europees recht rechtmatig was verkregen, dat de inbreuk op het privéleven beperkt en aanvaardbaar was, en dat appellanten de mogelijkheid hadden om tegenbewijs te leveren.
De Raad bevestigde daarom de intrekking van de bijzondere bijstand en de boete, en verwierp het hoger beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De intrekking van bijzondere bijstand en oplegging van boete wegens niet-melding van onroerend goed in Turkije worden bevestigd.