Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
deze uitspraak overwogene;
Raad;
Centrale Raad van Beroep
Appellant had een Wajong-uitkering aangevraagd die door het UWV werd afgewezen omdat hij naar oordeel van het UWV meer dan 75% van het maatmaninkomen kon verdienen na de wachttijd van 52 weken. De Raad stelde vast dat het UWV onvoldoende inzicht had gegeven in de selectie van geschikte functies en dat de beperkingen van appellant niet juist waren beoordeeld, met name de noodzakelijke intensieve begeleiding die niet kan worden vervangen door gewone hulp van collega’s.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep had een nieuwe Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld waarin beperkingen op doelmatig en zelfstandig handelen deels oplosbaar zouden zijn door inspringen van collega’s. De arbeidsdeskundige handhaafde op basis hiervan de geschiktheid van bepaalde functies. Appellant betoogde dat deze functies ongeschikt zijn vanwege zijn gedragsproblematiek en verstandelijke beperking, en dat hij intensieve begeleiding nodig heeft die niet binnen een normale arbeidsrelatie kan worden geboden.
De Raad oordeelde dat de noodzakelijke begeleiding voor appellant zodanig is dat hij aangewezen is op werk onder beschutte omstandigheden. Het beroep van appellant werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van het oordeel dat appellant als jonggehandicapte volledig arbeidsongeschikt is na de wachttijd. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het UWV tot weigering van de Wajong-uitkering wordt vernietigd.