ECLI:NL:CRVB:2018:3482
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellante, die sinds 2011 klachten ervaart en een WIA-uitkering aanvraagt, werd door het UWV afgewezen omdat er geen objectieve medische afwijkingen zijn die haar klachten volledig verklaren. Diverse deskundigen, waaronder verzekeringsartsen, revalidatiearts en psychiater, onderzochten haar situatie. Hoewel er sprake is van ernstige subjectieve klachten en een psychiatrische aandoening, zijn de beperkingen in persoonlijk en sociaal functioneren en lichamelijk functioneren volgens de deskundigen niet zodanig dat een WIA-uitkering gerechtvaardigd is.
De rechtbank vernietigde het UWV-besluit wegens een onvoldoende medische grondslag, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Appellante ging in hoger beroep tegen het handhaven van die rechtsgevolgen en stelde dat de beperkingen zijn onderschat, mede door de diagnose Lyme. De Raad volgde echter de door de rechtbank benoemde deskundigen die concludeerden dat de diagnose Lyme niet doorslaggevend is en dat de beperkingen adequaat zijn vastgesteld.
De Raad oordeelde dat de rapportages van de deskundigen zorgvuldig en consistent zijn en dat de medische onderbouwing van appellantes stellingen ontbreekt. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens onvoldoende objectieve medische beperkingen.