ECLI:NL:CRVB:2018:3487
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste berekening Wajong-uitkering en afwijzing schadevergoeding
Appellant, arbeidsgehandicapt en sinds 2001 werkzaam bij een horecagroothandel, ontving een Wajong-uitkering met loondispensatie toegekend aan zijn werkgever. Het UWV stelde bij besluit van 23 oktober 2015 de hoogte van de uitkering vast op € 581,38 bruto per maand, gebaseerd op inkomensgegevens van 7 september tot 4 oktober 2015. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV ongegrond werd verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat de uitkering over de genoemde periode juist was vastgesteld en wees het verzoek om schadevergoeding af wegens het ontbreken van een onrechtmatig besluit. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de beoordeling zich moest uitstrekken over een langere periode vanaf 1 juli 2015 en dat betalingen niet klopten.
De Raad overwoog dat appellant geen bezwaar had gemaakt tegen eerdere besluiten over de periode tot 7 september 2015 en dat de rechterlijke toetsing zich daarom beperkte tot de periode vanaf die datum. De Raad bevestigde dat de loonwaarde van appellant per 1 juli 2015 was gestegen, wat de wijziging in het netto-inkomen verklaarde. Er was geen inhoudelijk verweer tegen de berekening van de bruto-uitkering, slechts tegen de uitbetalingen, die niet onderwerp van het bestreden besluit waren.
Het door het UWV verstrekte overzicht van betalingen over juni tot december 2015 toonde geen onjuistheden. De Raad concludeerde dat het hoger beroep faalt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de Wajong-uitkering correct heeft berekend en wijst het verzoek om schadevergoeding af.