ECLI:NL:CRVB:2018:3600
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure
Appellante heeft een verzoek tot schadevergoeding ingediend wegens overschrijding van de redelijke termijn in een bestuursrechtelijke procedure bij het UWV. De procedure betrof een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland. Tijdens de zitting op 1 november 2018 heeft appellante haar verzoek tot schadevergoeding gehandhaafd en het overige hoger beroep ingetrokken.
De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat de redelijke termijn, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, is overschreden. De termijn van vijf jaar en bijna vier maanden vanaf ontvangst van het bezwaarschrift door het UWV op 22 juli 2013 tot de uitspraak op 1 november 2018 overschrijdt de redelijke termijn met een jaar en vier maanden.
De overschrijding wordt volledig toegerekend aan de rechterlijke fase en komt daarom geheel voor rekening van de Staat. De Raad veroordeelt de Staat tot betaling van een immateriële schadevergoeding van €1.500, bestaande uit drie maal €500. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken en is gebaseerd op de overeengekomen feiten en het toepasselijke recht.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €1.500 aan appellante wegens overschrijding van de redelijke termijn.