ECLI:NL:CRVB:2018:3647
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor huur en waarborgsom wegens geen noodgedwongen vertrek
Appellante, een alleenstaande ouder die bijstand ontvangt volgens de Participatiewet, vroeg bijzondere bijstand aan voor de eerste huur en waarborgsom van een gehuurde kamer. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvraag af omdat er geen sprake was van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en ook in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat appellante had kunnen reserveren voor deze kosten. De Raad stelde vast dat verhuizingen voorzienbaar zijn en dat kosten daarvan in principe uit de bijstandsnorm betaald moeten worden, tenzij sprake is van bijzondere medische of sociale redenen die een plotselinge verhuizing noodzakelijk maken.
Appellante voerde aan dat zij door de kostendelersnorm financieel niet had kunnen reserveren en dat er een noodzaak tot verhuizing was vanwege de financiële problemen van haar moeder en een dreigende ontruiming. De Raad oordeelde echter dat het vertrek niet noodgedwongen was, aangezien de ontruiming niet doorging en appellante al geruime tijd meerderjarig was en bijstand ontving. Daarom kon zij reserveren voor de kosten.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af, zonder proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd.