Eiseres, een AOW-uitkeringsgerechtigde die verblijft in een zorginstelling voor dementerenden, vroeg bijzondere bijstand aan voor haar woonkosten, die niet worden gedekt door de Wet langdurige zorg. Orionis wees deze aanvraag af omdat de gekozen inrichting niet de goedkoopste adequate oplossing is en woonkosten als algemene kosten van bestaan worden beschouwd.
Eiseres stelde dat zij geen volledige AOW ontvangt en onvoldoende middelen heeft om haar woonkosten te betalen, en dat bijzondere bijstand daarom passend is. Zij verwees naar de wetsgeschiedenis en stelde dat bijzondere bijstand op grond van maatwerk of de hardheidsclausule zou moeten worden toegekend. Ook stelde zij dat er sprake is van strijd met het vertrouwensbeginsel vanwege toezeggingen van een vertegenwoordiger van Orionis.
De rechtbank oordeelde dat woonkosten in beginsel algemene noodzakelijke kosten van het bestaan zijn en dat bijzondere bijstand bedoeld is voor andere dan algemene kosten. De wetsgeschiedenis ondersteunt niet dat woonkosten via bijzondere bijstand vergoed moeten worden in deze situatie. Daarnaast was er geen sprake van een geldige toezegging die het vertrouwensbeginsel zou rechtvaardigen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.