ECLI:NL:CRVB:2018:3761
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroepen niet-ontvankelijk wegens niet verschijnen ter zitting
Appellant heeft hoger beroepen ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Den Haag. De Raad heeft appellant opgeroepen om in persoon ter zitting te verschijnen om de gronden van het hoger beroep goed te kunnen beoordelen, aangezien essentiële feitelijke gegevens ontbraken die alleen appellant kon verstrekken.
Op de zitting van 17 oktober 2018 is appellant zonder kennisgeving niet verschenen. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag was wel vertegenwoordigd. Er is geen reden gegeven voor het niet verschijnen van appellant en het niet nakomen van de verschijningsplicht kan hem worden aangerekend.
Op grond van artikel 8:31 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan de bestuursrechter gevolgtrekkingen maken indien een partij niet verschijnt. De Raad heeft daarom besloten de hoger beroepen niet-ontvankelijk te verklaren, omdat zonder de aanwezigheid van appellant een deugdelijke beoordeling niet mogelijk was.
Uitkomst: De hoger beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet verschijnen van appellant ter zitting.