Uitspraak
16.6112 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
van € 170,- aan hem vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontvangt sinds juni 2012 bijstand op grond van de Participatiewet. Tijdens een hercontrole constateerde de klantmanager dat appellant diverse bijschrijvingen op zijn bankrekening had, waaronder betalingen uit verkopen via Marktplaats en giften van zijn moeder. Appellant had deze inkomsten niet gemeld, wat leidde tot een besluit van het college om de bijstand te herzien en een bedrag van € 26.871,58 terug te vorderen.
Appellant voerde aan dat de verkopen incidenteel waren en dat de giften verantwoord waren, maar de Raad oordeelde dat de verkopen structureel waren en dus als inkomen moesten worden gemeld. De giften waren volgens het college niet verantwoord vanwege de omvang en regelmaat, en mochten daarom in mindering worden gebracht op de bijstand.
Verder stelde appellant dat hij de inlichtingenverplichting niet had geschonden omdat hij bij aanvang bankafschriften had verstrekt, maar de Raad verwierp dit omdat hij de latere inkomsten niet had gemeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de eerdere uitspraak bevestigd en het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de bijstand bevestigd wegens niet gemelde inkomsten en niet-verantwoorde giften.