ECLI:NL:CRVB:2018:3882
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij WW-uitkering
Appellante ontving een WW-uitkering en kreeg toestemming om werkzaamheden te verrichten voor de start van een eigen bedrijf. Het UWV stelde later vast dat zij te veel voorschotten had ontvangen en vorderde terugbetaling. Appellante verzocht om kwijtschelding, maar dit werd afgewezen. Zij maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat het UWV aannemelijk had gemaakt dat het besluit tijdig was verzonden en ontvangen. Appellante stelde dat zij het besluit pas later had ontvangen, maar kon dit niet onderbouwen. Ook in hoger beroep herhaalde zij deze stelling zonder bewijs of nadere toelichting.
De Raad concludeerde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij het besluit pas op een later moment ontving en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Tevens werd opgemerkt dat appellante nog een kwijtscheldingsverzoek kan indienen en eventueel het eerdere besluit kan laten heroverwegen.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding; het hoger beroep wordt afgewezen.