ECLI:NL:CRVB:2018:3977
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- J.T.H. Zimmerman
- E.C.G. Okhuizen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens beroepsmatige hennepteelt en schending inlichtingenplicht
Appellant ontvangt sinds 1996 bijstand en werd op 15 januari 2016 op zijn uitkeringsadres betrapt met een hennepkwekerij van 40 planten en 48 stekken, inclusief professionele apparatuur. Hij verklaarde dat de hennep voor eigen medisch gebruik was en dat hij geen handel dreef.
Het college trok de bijstand over de periode 15 september 2015 tot 14 januari 2016 in en vorderde €4.484,36 terug, omdat appellant de kwekerij niet meldde en het recht op bijstand daardoor niet kon worden vastgesteld. De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand na aanvullende motivering door het college.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat sprake is van beroepsmatige hennepteelt gezien het aantal planten, de professionele inrichting en de omvang van de oogst die het eigen gebruik ruim overstijgt. Appellant schond daarmee zijn inlichtingenplicht. Zijn medische noodzaak voor de hennep is onvoldoende onderbouwd en dringende redenen om terugvordering achterwege te laten zijn niet aannemelijk.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond, waardoor de intrekking van de bijstand en terugvordering rechtsgeldig blijven.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering van €4.484,36 worden bevestigd wegens beroepsmatige hennepteelt en schending van de inlichtingenplicht.