ECLI:NL:CRVB:2018:2780
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens professionele hennepteelt
Appellant ontving bijstand van oktober 2006 tot mei 2015 en woonde op het adres waar op 31 mei 2015 een hennepkwekerij met 40 planten en 27 stekken werd aangetroffen. De politie stelde een proces-verbaal op en ontmantelde de kwekerij. De gemeente Amsterdam voerde een onderzoek uit en concludeerde dat appellant de hennepteelt niet had gemeld, wat een schending van de inlichtingenverplichting vormt.
Het college van burgemeester en wethouders besloot daarom de bijstand over de periode mei 2013 tot mei 2015 in te trekken en de kosten terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel op grond van de omvang van de kwekerij, het stroomverbruik en andere indicatoren die wijzen op bedrijfsmatige teelt.
De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs had moeten begrijpen dat de hennepteelt relevant was voor zijn recht op bijstand en dat het niet melden daarvan de inlichtingenverplichting schond. Omdat appellant geen administratie bijhield, kon niet worden vastgesteld of hij recht had op bijstand in de betreffende periode. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de intrekking en terugvordering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.