ECLI:NL:CRVB:2018:4028
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen weigering WAJONG-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een WAJONG-uitkering, die door het UWV is afgewezen omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. Appellant diende bezwaar in na de wettelijke termijn, waarop het UWV het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde vanwege termijnoverschrijding zonder verschoonbare reden.
De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkheid, waarbij werd overwogen dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de verzekeringsarts tijdens een telefoongesprek op 27 november 2014 had medegedeeld dat bezwaar maken zinloos zou zijn. De keuze om geen tijdig bezwaar te maken kwam voor eigen risico van appellant.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn stelling, maar de Raad oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. De verklaringen over het telefoongesprek werden niet als overtuigend beschouwd, mede vanwege het late tijdstip van schriftelijke vastlegging. Zelfs als de verzekeringsarts had gezegd dat bezwaar maken geen zin had, betrof dit slechts algemene informatie.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering van de WAJONG-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.