ECLI:NL:CRVB:2018:4131
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over duur maatwerkvoorziening Wmo 2015
Appellante had een maatwerkvoorziening voor begeleiding en persoonlijke verzorging toegekend gekregen voor de periode van 6 augustus 2015 tot en met 5 november 2015. De voorziening bestond uit een persoonsgebonden budget (pgb) voor begeleiding individueel en persoonlijke verzorging.
Appellante vorderde verlenging van deze maatwerkvoorziening na 5 november 2015. Uit het ondersteuningsplan van 9 oktober 2015 bleek echter onvoldoende duidelijkheid over haar ondersteuningsbehoefte. De Wmo-consulente verwees appellante daarom door naar een cliëntondersteuner.
Ondanks de onduidelijkheid waren er aanwijzingen dat appellante zorg nodig had. Het college besloot daarom tijdelijk een maatwerkvoorziening toe te kennen voor drie maanden, gebaseerd op de oude indicatie onder de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college hiermee een passende maatwerkvoorziening heeft verstrekt. Het hoger beroep van appellante wordt verworpen en de eerdere uitspraak van de rechtbank Gelderland wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de tijdelijke maatwerkvoorziening van het college wordt bevestigd.