ECLI:NL:CRVB:2018:4170
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand met 20% wegens ontbreken woonkosten
Appellant had bijstand ontvangen over de periode van 22 november 2012 tot en met 10 april 2013. Deze bijstand werd met 20% verlaagd op grond van artikel 5 van Pro de Toeslagenverordening WWB 2012, omdat appellant woonde in een woning zonder voor hem verbonden woonkosten.
Hoewel appellant stelde een kamer te huren op basis van een mondelinge huurovereenkomst en huur contant te betalen, heeft hij dit niet met controleerbaar bewijs onderbouwd. Het college mocht daarom de bijstand vanaf 22 november 2012 met 20% verlagen. Voor de periode van 18 september 2012 tot 22 november 2012 stond deze verlaging al vast.
De Raad kwam niet toe aan de vraag of het niet betalen van verschuldigde woonkosten tot verlaging kan leiden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 20% wegens ontbreken van woonkosten wordt bevestigd.