ECLI:NL:CRVB:2018:4179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. H. Bangma
- A. Beuker-Tilstra
- H. Lagas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onvoorwaardelijk ontslag wegens schending ambtsgeheim en plichtsverzuim
Appellant, werkzaam als opsporingsambtenaar bij de gemeente, werd geconfronteerd met disciplinaire maatregelen wegens schending van het ambtsgeheim en plichtsverzuim. Hij had tijdens bedrijfsbezoeken aan een metaalbewerkingsbedrijf informatie gedeeld over een lopend strafrechtelijk onderzoek en een vuurwapen, waardoor het onderzoek mogelijk werd gefrustreerd.
Na een strafrechtelijke veroordeling tot een taakstraf wegens opzettelijke schending van het ambtsgeheim legde het college van burgemeester en wethouders van Den Helder appellant onvoorwaardelijk ontslag op. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het ontslag niet onevenredig was gezien de eisen van integriteit en betrouwbaarheid voor handhavingsmedewerkers.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn verklaringen onder druk waren afgelegd en dat het ontslag disproportioneel was. De Raad oordeelde dat de verklaringen consistent en helder waren en dat appellant kennis droeg van het wapenbezit zonder dit te melden. De Raad bevestigde dat het ontslag gelet op de ernst van het plichtsverzuim passend was en verwierp het hoger beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het onvoorwaardelijk ontslag wegens schending ambtsgeheim en plichtsverzuim.