ECLI:NL:CRVB:2018:4186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schadevergoeding wegens onrechtmatig besluit en afwijzing immateriële schade
Appellante, werkzaam bij de voormalige politieregio, verzocht om bevordering naar senior GGP. Na meerdere besluiten en procedures werd zij uiteindelijk met terugwerkende kracht bevorderd per 1 december 2012. De korpschef werd veroordeeld tot betaling van wettelijke rente wegens vertraging.
Appellante vorderde daarnaast materiële en immateriële schadevergoeding wegens het onrechtmatig besluit en de vertraging. De rechtbank kende € 2.000,- toe voor immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn, maar wees overige schade af. De Raad sluit zich aan bij de rechtbank en benadrukt dat immateriële schadevergoeding alleen toekomt bij aantasting van de persoon zoals geestelijk letsel, wat niet aannemelijk is gemaakt.
De Raad oordeelt dat de materiële schade reeds is vergoed via wettelijke rente en dat de brief van 17 november 2015, hoewel kwetsend, geen grond geeft voor vergoeding van immateriële schade. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen; schadevergoeding voor immateriële schade niet toegekend wegens ontbreken geestelijk letsel.