Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 3 mei 2021 in de zaak tussen
[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster
Inleiding
Overwegingen
€ 400,- aan immateriële schadevergoeding toegekend. Op de zitting heeft verweerder toegelicht dat hiervoor geen wettelijke basis bestaat, maar dat dit bedrag uit coulance is toegekend.
a. Verzoekster is haar huis kwijt geraakt: € 5.000,-
b. De zwerftocht na het kwijtraken van het huis: € 2.000,-
Verzoekster stelt hierdoor een depressie en fysieke klachten te hebben ontwikkeld.
c. De zorg voor het minderjarig kind en de zorgen om de 17-jarige dochter: € 3.000,-
Verzoekster wijst hierbij op de angst en onzekerheid die zij over haar kinderen heeft gehad, die een verdieping van haar psychische klachten hebben veroorzaakt. Bovendien bemoeilijkte de aanwezigheid van een klein kind de mogelijkheden voor het zoeken naar passende woonruimte.
Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met haar kwetsbare positie als asielzoekster, waardoor de gebeurtenissen objectief gezien een grotere impact op haar hebben gehad dan te verwachten bij iemand die zijn hele leven in Nederland heeft gewoond.
€ 4.410,-. Zij baseert dit op de zogenoemde PIV-staffel voor buitengerechtelijke kosten, uitgaande van een schadebedrag van € 12.000,-.