ECLI:NL:CRVB:2019:3097
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding na herroepen voorwaardelijk strafontslag ambtenaar
Appellant, werkzaam als ambtenaar, kreeg op 31 mei 2016 een voorwaardelijk strafontslag opgelegd, dat op 31 januari 2017 met onmiddellijke ingang werd uitgevoerd. Dit besluit werd op 14 juli 2017 herroepen en appellant hervatte zijn werkzaamheden in augustus 2017. Appellant vorderde vervolgens schadevergoeding voor schade die hij had geleden door het herroepen besluit.
De rechtbank wees de schadevergoeding af, omdat de door appellant opgevoerde schadeposten, zoals de afgedragen loonbelasting over een afgekochte lijfrenteverzekering, niet in voldoende causaal verband stonden met het herroepen ontslagbesluit. De Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat de vergoeding van de wettelijke rente over het nabetaalde salaris alle schade door vertraging in de voldoening van een geldsom dekt.
De Raad concludeerde dat appellant geen aanspraak kan maken op verdere schadevergoeding en wees het hoger beroep af. Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de minister werd niet inhoudelijk behandeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de minister niet aansprakelijk is voor schadeposten buiten de wettelijke rente over het nabetaalde salaris.