Uitspraak
17.6127 AOW
OVERWEGINGEN
.Verder is een beroep gedaan op artikel 2, eerste lid, van het Besluit regels hoofdverblijf in dezelfde woning AOW. Appellante en betrokkene zijn op 27 februari 2017 gescheiden.
Centrale Raad van Beroep
Appellante had een AOW-pensioen aangevraagd op basis van duurzaam gescheiden leven van haar echtgenoot, betrokkene. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) herzag dit na een onaangekondigd huisbezoek en concludeerde dat appellante en betrokkene niet duurzaam gescheiden leefden, waarna het pensioen werd aangepast naar de gehuwdennorm.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij al jaren gescheiden leefde, een gescheiden huishouding voerde en slechts incidenteel contact had uit medelijden. Ook stelde zij dat artikel 2, eerste lid, van het Besluit regels hoofdverblijf in dezelfde woning AOW relevant was.
De Raad oordeelde dat duurzaam gescheiden leven betekent dat beide echtgenoten elk een eigen leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn, en dat dit bestendig moet zijn bedoeld. De feiten toonden echter aan dat appellante en betrokkene regelmatig contact hadden, elkaar bezochten, samen uit eten gingen, en sleutel van elkaars woning hadden. Ook waren zij fiscaal partners en mede-eigenaren van de woning.
Hierdoor was niet ondubbelzinnig vastgesteld dat sprake was van duurzaam gescheiden leven. Het beroep op het Besluit regels hoofdverblijf was niet relevant zolang de echtelijke staat nog bestond. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de herziening van het AOW-pensioen naar de gehuwdennorm.
Uitkomst: De herziening van het AOW-pensioen naar de gehuwdennorm wordt bevestigd omdat appellante niet duurzaam gescheiden leefde.