Appellante, werkzaam als counter manager, meldde zich ziek met gynaecologische en psychische klachten en kreeg later contactallergie vastgesteld. Na een arbeidsdeskundig onderzoek stelde het UWV vast dat zij recht had op een loongerelateerde WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 42,66%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het eerdere besluit ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en het eerdere besluit.
De Raad oordeelt dat er geen twijfel bestaat aan de medische beoordeling van het UWV en dat de functies die aan de beoordeling ten grondslag liggen passend zijn. Het verzoek van appellante om een dermatoloog in te schakelen wordt afgewezen wegens voldoende medisch onderzoek. Tevens is geen sprake van onderschatting van haar beperkingen.
De Raad constateert een overschrijding van de redelijke termijn van ruim zes maanden, waarvoor de Staat een schadevergoeding van € 1.000,- moet betalen. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante, terwijl het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente en overige schade wordt afgewezen.