ECLI:NL:CRVB:2018:488
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens benadelingshandeling na ontslag tijdens ziekte
Appellante werd tijdens ziekte ontslagen, wat in strijd is met het opzegverbod tijdens ziekte zoals vastgelegd in artikel 7:670 BW Pro. Ondanks dit ontslag heeft zij geen nietigheid ingeroepen, waardoor het UWV terecht heeft geoordeeld dat sprake is van een benadelingshandeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Appellante voerde dat haar psychose haar handelen niet verwijtbaar maakte en dat er sprake was van miscommunicatie, maar deze argumenten werden niet geaccepteerd.
De Raad beperkte de beoordeling tot het feit dat appellante geen verweer heeft gevoerd tegen haar ontslag tijdens ziekte. De medische gegevens toonden geen onvermogen aan om het ontslag aan te vechten. Hierdoor blijft de weigering van de Ziektewetuitkering terecht in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering wegens benadelingshandeling door het niet aanvechten van ontslag tijdens ziekte.