ECLI:NL:CRVB:2018:554
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellante, laatstelijk werkzaam als schoonmaakster, meldde zich ziek met lichamelijke klachten waarna haar dienstverband eindigde. Het UWV besloot haar Ziektewetuitkering te beëindigen omdat zij volgens medisch en arbeidskundig onderzoek meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen. Appellante maakte bezwaar en beroep, waarbij aanvullende medische onderzoeken plaatsvonden en beperkingen werden aangepast, maar het UWV handhaafde het besluit met een latere einddatum van de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de geselecteerde voorbeeldfuncties passend. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen onderschat waren en verwees naar het arrest Korošec om een onafhankelijke deskundige te laten inschakelen.
De Raad toetste de zaak in drie stappen: de zorgvuldigheid van de medische beoordeling, de gelijkheid van wapens in de procedure en de inhoudelijke beoordeling van de beperkingen. De Raad vond dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd, appellante geen gemotiveerd bezwaar had tegen de procedure, en dat de medische grondslag en arbeidskundige beoordeling de geschiktheid voor de voorbeeldfuncties voldoende onderbouwden.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit op een deugdelijke medische basis berust en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige of voor het toewijzen van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellante is terecht beëindigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.