ECLI:NL:CRVB:2018:607
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning persoonsgebonden budget voor één jaar op grond van Wmo 2015
Appellant beschikte over een indicatie voor zorg op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en ontving van het college een persoonsgebonden budget voor begeleiding individueel en persoonlijke verzorging voor de periode van één jaar. Het college motiveerde dat het pgb jaarlijks wordt geëvalueerd om de gezinssituatie en zorgbehoefte te beoordelen, ook al zal de medische situatie van appellant naar verwachting niet verbeteren.
De rechtbank oordeelde dat het college voldoende had gemotiveerd waarom het pgb voor één jaar werd toegekend in plaats van voor vijf jaar, en dat een jaarlijkse evaluatie strookt met het doel van de Wmo 2015. Appellant had niet met medische stukken onderbouwd dat het jaarlijks aanvragen van het pgb te belastend zou zijn.
In hoger beroep heeft appellant vooral herhaald dat het pgb voor vijf jaar had moeten worden toegekend. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van het pgb voor één jaar wordt bevestigd.