ECLI:NL:CRVB:2018:613
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op ziekengeld na knieoperaties en geschil over arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig dakdekker, meldde zich ziek wegens knieklachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na operaties aan beide knieën betwistte het UWV zijn recht op ziekengeld op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) waarin werd gesteld dat hij ten minste 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen door geselecteerde functies te vervullen.
De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV dat het recht op ziekengeld beëindigde vanwege onvoldoende medische onderbouwing, met name ten aanzien van beperkingen in knielen en hurken. Het UWV nam een nieuw besluit dat opnieuw werd aangevochten. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat appellant vanaf 18 april 2015 recht heeft op ziekengeld, omdat de medische beperkingen zodanig zijn dat hij niet in staat is om de functies te vervullen die het UWV als passend had aangemerkt.
De Raad vernietigde meerdere besluiten van het UWV en de bijbehorende uitspraken van de rechtbank, herroept het besluit van 28 april 2015 en bepaalde dat appellant recht heeft op ziekengeld vanaf die datum. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten. Voor het besluit van 13 juni 2016 gaf de Raad opdracht tot hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Appellant heeft vanaf 18 april 2015 recht op ziekengeld; besluiten van het UWV die dit recht beëindigden worden vernietigd en herroepen.