ECLI:NL:CRVB:2018:65
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Verhoging bijstandsnorm alleenstaande wegens zorg voor kinderen na wijziging Participatiewet
Appellant, gescheiden en met twee kinderen, ontving bijstand als alleenstaande met toeslag voor zorgkosten voor kinderen. Na invoering van de Participatiewet verviel deze toeslag, waarna het college de bijstand terugbracht naar 70% van de gehuwdennorm. De rechtbank vernietigde dit besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen.
Het college stelde later de bijstand vast op 77,2% van de gehuwdennorm, gebaseerd op de omgangsregeling uit een beschikking van de rechtbank, die het verblijf van de kinderen bij appellant regelt. Appellant betwistte dit en stelde recht te hebben op 80% van de norm, verwijzend naar eigen berekeningen van zorgomvang.
De Raad oordeelde dat het college terecht uitging van de omgangsregeling als maatstaf en dat appellant onvoldoende verifieerbare gegevens over de feitelijke zorg leverde. De berekening van 7,2% toeslag bovenop de 70% norm is correct, waardoor het beroep ongegrond is. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en het college werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De bijstand van appellant is terecht vastgesteld op 77,2% van de gehuwdennorm, het beroep wordt ongegrond verklaard.