ECLI:NL:CRVB:2018:679
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag op grond van verstoorde arbeidsverhouding wegens ongeoorloofde aanwezigheid en vertrouwensverlies
Appellant was werkzaam bij de gemeente Kerkrade en kreeg op 1 oktober 2014 ongevraagd en onvoorwaardelijk ontslag opgelegd wegens plichtsverzuim, waaronder het niet melden van diefstal, onjuiste verklaringen en frequente ongeoorloofde aanwezigheid op een gemeentelijke afdeling. Na bezwaar en beroep vernietigde de Raad het ontslag omdat de straf niet evenredig was aan het plichtsverzuim.
Het college nam vervolgens een nieuw besluit op 1 mei 2017, waarbij het ontslag werd gehandhaafd maar nu op grond van een verstoorde arbeidsverhouding (artikel 8:8 CAR Pro/UWO). Het college motiveerde dat appellant frequent zonder toestemming aanwezig was op de afdeling en geen openheid gaf over zijn aanwezigheid, waardoor het vertrouwen in hem verloren was en herstel van samenwerking niet mogelijk.
De Raad oordeelde dat het feitencomplex het nieuwe ontslagbesluit kon dragen en dat het college terecht mocht concluderen dat herplaatsing niet mogelijk was. De Raad verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het ontslagbesluit. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het ontslagbesluit wordt ongegrond verklaard en het ontslag blijft in stand wegens vertrouwensverlies en verstoorde arbeidsverhouding.