ECLI:NL:CRVB:2018:69
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- P.W. van Straalen
- D.S. de Vries
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Betrokkene 1 en betrokkene 2 ontvingen bijstand en hulp via een persoonsgebonden budget (pgb). Het college stelde dat zij een gezamenlijke huishouding voerden op adres 1 en introk en vorderde terugbetaling van bijstand en pgb wegens verzwegen gezamenlijke huishouding en financiële verstrengeling.
Na uitgebreid onderzoek, waaronder huisbezoeken, observaties, getuigenverklaringen van buurtbewoners en dossieronderzoek, concludeerde het college dat betrokkene 2 zijn hoofdverblijf had op adres 1 en dat sprake was van wederzijdse zorg en financiële verstrengeling. De rechtbank vernietigde delen van de besluiten wegens onvoldoende feitelijke grondslag voor de periode vóór november 2009.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verklaringen van buurtbewoners, observaties en huisbezoeken voldoende feitelijke grondslag bieden om te concluderen dat betrokkene 2 zijn hoofdverblijf op adres 1 had gedurende de gehele periode. Ook is voldaan aan het criterium van wederzijdse zorg. De Raad vernietigde de eerdere uitspraken van de rechtbank en verklaarde de beroepen van betrokkene en het college ongegrond. De aanvraag om bijstand van betrokkene 1 na intrekking werd eveneens afgewezen wegens ontbreken van gewijzigde omstandigheden.
De Raad benadrukte dat de verklaringen van betrokkenen en hun getuigen onvoldoende overtuigend waren en dat de bevindingen van het huisbezoek en observaties doorslaggevend waren. De beslissing bevestigt het standpunt van het college dat sprake was van een gezamenlijke huishouding en rechtmatigheid van de intrekkingen en terugvorderingen.
Uitkomst: De beroepen van betrokkene en het college worden ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand en pgb bevestigd.