ECLI:NL:CRVB:2018:70
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens verhuur parkeerplaatsen zonder melding
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en verhuurde parkeerplaatsen die hij in eigendom had. Na een melding van zijn voormalige echtgenote startte de sociale recherche een onderzoek naar mogelijke onrechtmatigheid van de bijstand. Het college herzag de bijstand over de periode 1 januari 2012 tot 31 januari 2015 en vorderde kosten terug, omdat appellant geen melding had gemaakt van de huurinkomsten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betwistte appellant dat hij redelijkerwijs over de huurinkomsten kon beschikken en stelde dat de kosten de baten overtroffen. De Raad oordeelde dat appellant wel degelijk over de inkomsten kon beschikken, gelet op eigendom, huurcontracten, en betalingen. De stelling dat parkeerplaatsen niet gewild waren of dat kosten hoger waren dan baten werd niet aannemelijk gemaakt.
Verder stelde het college dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden door de huurinkomsten niet te melden. De Raad vond dat dit voor de periode tot 19 november 2012 terecht was, maar daarna niet meer. De onjuiste grondslag in het besluit kon worden gepasseerd omdat appellant hierdoor niet werd benadeeld. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt afgewezen en de herziening en terugvordering van bijstand worden bevestigd.