ECLI:NL:CRVB:2018:936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling persoonsgebonden budget op grond van gewijzigde tabel AWBZ
Appellant, met een verstandelijke handicap en geïndiceerd voor zorgzwaartepakket VG05, ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor 2014 dat was berekend op basis van een gewijzigde tabel in bijlage 2 van de Regeling subsidies AWBZ (Rsa). Deze wijziging verlaagde de klasse voor begeleiding groep van 9 naar 7, wat appellant betwistte als strijdig met zijn indicatie en onrechtvaardig lager.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het Zorgkantoor de pgb-hoogte correct had berekend volgens de gewijzigde regeling en dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat hij met het pgb niet de benodigde zorg kon inkopen. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat de wijziging willekeurig en strijdig met de wet was, en dat het Zorgkantoor zich niet op de gewijzigde tabel mocht baseren.
De Raad onderzocht de wijziging en de motieven, waaronder de brief van de staatssecretaris van VWS, en concludeerde dat de wijziging berust op een redelijke en afdoende motivering. De vergelijking van budgetten voor pgb en zorg in natura toonde aan dat de wijziging de budgetten beter in balans bracht. Tevens oordeelde de Raad dat de wijziging geen inbreuk maakte op de indicatie van appellant en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die tot een ander oordeel leidden.
De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en oordeelde dat het Zorgkantoor het pgb terecht had vastgesteld volgens de gewijzigde tabel in bijlage 2 van de Rsa. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het pgb is terecht vastgesteld volgens de gewijzigde tabel in bijlage 2 van de Rsa.