ECLI:NL:CRVB:2008:BD2441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Vervanging borstprothese niet vergoed wegens strijd met verbod van willekeur
Appellante, die in 1988 aan beide borsten geopereerd is en een borstprothese heeft laten plaatsen, verzocht in 2005 om toestemming voor vervanging van haar linker borstprothese vanwege kapselvorming. De zorgverzekeraar (Cz) wees dit verzoek af op grond van de Ziekenfondswet en de Regeling medisch-specialistische zorg, waarin het vervangen van een borstprothese anders dan na een borstamputatie niet voor vergoeding in aanmerking komt.
Na bezwaar en een negatief besluit bleef appellante in beroep gaan. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de Regeling een gesloten systeem van aanspraken vormt en dat het vervangen van een borstprothese sinds 2005 niet meer vergoed wordt. Echter, de Raad stelde vast dat de minister bij de wijziging van de Regeling geen adequate overgangsregeling had getroffen voor verzekerden die onder het oude recht een prothese vergoed kregen en deze om medische redenen moesten vervangen.
De Raad vond dat het besluit van de minister om deze overgangsregeling achterwege te laten in strijd is met het verbod van willekeur, omdat het verzekerden voor aanzienlijke kosten stelt zonder rekening te houden met hun belangen en het rechtszekerheidsbeginsel. Daarom vernietigde de Raad het besluit van 3 april 2006 en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en beval een nieuw besluit. Tevens werd de zorgverzekeraar veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit van 3 april 2006 wordt vernietigd wegens strijd met het verbod van willekeur en de zorgverzekeraar moet een nieuw besluit nemen.