ECLI:NL:CRVB:2019:1026
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing Wajong/AAW-uitkering wegens laattijdige aanvraag en onvoldoende medische informatie
Appellant, geboren in 1978, vroeg op 8 december 2014 een Wajong-uitkering aan, die door het UWV werd afgewezen omdat hij over arbeidsvermogen zou beschikken. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat onvoldoende medische informatie beschikbaar was om beperkingen rond zijn zeventiende levensjaar vast te stellen.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV ten onrechte geen Functionele Mogelijkhedenlijst had opgesteld en dat de laattijdige aanvraag het UWV niet ontslaat van het onderzoeken van zijn medische situatie. Hij overhandigde een expertiserapport van 2018 ter onderbouwing van zijn beperkingen.
De Raad oordeelde dat de beoordeling op grond van de AAW moet plaatsvinden en dat de bewijslast bij een laattijdige aanvraag bij de aanvrager ligt. Het rapport uit 2018 bood onvoldoende aanknopingspunten voor beperkingen rond de zeventiende verjaardag. Gezien het behalen van diploma’s en werkervaring in die periode, was er geen reden beperkingen aan te nemen. De Raad bevestigde daarom de afwijzing en de aangevallen uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De afwijzing van de Wajong/AAW-uitkering wordt bevestigd vanwege onvoldoende medische informatie en laattijdige aanvraag.