ECLI:NL:CRVB:2019:1046
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WIA-uitkering wegens niet gemelde inkomsten uit arbeid
Appellant ontving een loongerelateerde WGA-uitkering en toeslag op grond van de Wet WIA. Na een anonieme tip startte het Uwv een onderzoek waaruit bleek dat appellant vanaf 2012 werkzaamheden verrichtte en inkomsten ontving die niet aan het Uwv waren gemeld. Ook de werkzaamheden van zijn echtgenote werden niet gemeld.
Het Uwv herzag de uitkering en trok toeslag in, en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar stelde de boete vast op €1.410,-. In hoger beroep werd het oordeel van de rechtbank grotendeels bevestigd, maar de boete werd aangepast naar €1.400,76 conform het Boetebesluit socialezekerheidswetten.
De Raad oordeelde dat het Uwv terecht uitging van de anonieme tip en de verklaring van appellant, en dat het Uwv de inkomsten op basis van het wettelijk minimumloon mocht schatten. De terugvordering van €32.811,65 was terecht en er waren geen dringende redenen om hiervan af te zien. Het hoger beroep werd deels gegrond verklaard voor de boete, en het Uwv werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €1.400,76 en de herziening en terugvordering van de WIA-uitkering worden bevestigd.