Appellant ontving sinds 2012 bijstand, maar het college ontdekte via onderzoek dat hij eigenaar was van een aandeel in landbouwgrond in Turkije, wat vermogen boven de vermogensgrens opleverde. Het college trok de bijstand in en vorderde kosten terug wegens het niet melden van dit bezit.
Appellant voerde aan dat door een wetswijziging in Turkije zijn aandeel niet verkoopbaar was, maar de Raad oordeelde dat hij redelijkerwijs over zijn aandeel kon beschikken, onder meer door verkoop aan mede-eigenaren. Diverse taxatierapporten werden besproken, waarbij de Raad de waarde van het aandeel schattenderwijs vaststelde op basis van twee taxaties uit 2015 en 2018.
De Raad vernietigde het eerste bestreden besluit deels vanwege onrechtmatig verkregen bewijs, maar verklaarde de overige beroepen ongegrond, behalve voor het laatste besluit waarbij de bijstand vanaf 25 januari 2017 werd toegekend. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.