ECLI:NL:CRVB:2019:1165
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet-toepassing kostendelersnorm
Appellante ontvangt sinds 2012 bijstand en kreeg deze laatstelijk toegekend op grond van de Participatiewet (PW) voor een alleenstaande. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft bij besluit van mei 2016 de bijstand over november 2015 tot april 2016 herzien en teruggevorderd omdat de kostendelersnorm niet was toegepast, waardoor appellante te veel bijstand ontving.
De rechtbank Rotterdam heeft het beroep van appellante tegen deze terugvordering ongegrond verklaard, waarbij een motiveringsgebrek werd gepasseerd. In hoger beroep betoogde appellante dat de terugvordering op een administratieve vergissing berustte en daarom op grond van een andere wettelijke grondslag had moeten plaatsvinden. Tevens stelde zij dat het college de terugvordering had moeten matigen vanwege dringende redenen.
De Raad oordeelt dat de terugvordering terecht is gebaseerd op artikel 58 lid Pro 2a PW, dat geldt bij herziening wegens gewijzigde omstandigheden, en niet op lid 2e dat ziet op administratieve vergissingen zonder herziening. Verder is vastgesteld dat geen dringende redenen aanwezig zijn die terugvordering onaanvaardbaar maken. Ook het motiveringsgebrek is door de rechtbank terecht gepasseerd. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van bijstand bevestigd.