ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5700
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering bijstand wegens schending hoor en wederhoor
Appellante ontving bijstand naar de norm voor een alleenstaande, terwijl zij sinds 1 november 2005 een gezamenlijke huishouding voerde met [V.], waardoor recht bestond op bijstand naar de gehuwdennorm. Het college herzag de bijstand en vorderde een bedrag van € 23.438,14 terug. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college en de rechtbank werd afgewezen.
In hoger beroep stelde appellante dat de bezwaarschriftencommissie niet onafhankelijk was en dat de dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SoZaWe) niet was uitgenodigd voor de hoorzitting, wat strijdig zou zijn met artikel 7:13, lid 5, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Raad stelde vast dat het bestuursorgaan niet was uitgenodigd voor de hoorzitting, wat in strijd is met het genoemde artikel en het beginsel van hoor en wederhoor.
De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. De Raad oordeelde verder dat het college bevoegd was de bijstand te herzien en terug te vorderen vanwege de schending van de inlichtingenplicht door appellante en dat het college conform beleid heeft gehandeld bij de terugvordering. Het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.