ECLI:NL:CRVB:2007:BA5772
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Herroeping terugvordering bijstandsuitkering wegens onjuiste bruto terugvordering
Appellant ontving bijstand naast zijn ouderdomspensioen, die met terugwerkende kracht werd ingetrokken omdat hij en zijn partner samen een inkomen hadden boven de bijstandsnorm. Het College vorderde de ten onrechte ontvangen bijstand terug op bruto basis. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij zich beperkte tot de terugvordering over enkele maanden.
In hoger beroep stelde appellant dat het College onterecht artikel 58, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB als grondslag gebruikte en dat de terugvordering was verjaard. De Raad oordeelde dat het intrekkingsbesluit rechtsgeldig was en dat de terugvordering terecht op deze grondslag was gebaseerd. Wel stelde de Raad vast dat het College ten onrechte de bijstand bruto had teruggevorderd in strijd met het toen geldende beleid en de Awb.
De Raad vernietigde daarom het terugvorderingsbesluit en herroept het eerdere besluit, waarbij de terugvordering wordt vastgesteld op een netto bedrag van € 2.508,47. Tevens veroordeelde de Raad het College in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het terugvorderingsbesluit wordt vernietigd en de terugvordering wordt vastgesteld op een netto bedrag van € 2.508,47.