ECLI:NL:CRVB:2019:1200
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking nabestaandenuitkering ondanks betwisting arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot. Na het bereiken van de 18-jarige leeftijd van haar jongste kind werd de uitkering ingetrokken omdat zij minder dan 45% arbeidsongeschikt werd geacht.
De rechtbank oordeelde dat het oordeel van een onafhankelijke deskundige, een zenuwarts/psychiater, gevolgd kon worden die de arbeidsongeschiktheid van appellante bevestigde. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij door een chronische depressie meer beperkt was dan vastgesteld en verzocht om een deskundigenonderzoek.
De Raad overwoog dat het oordeel van de onafhankelijke deskundige overtuigend was en dat de arbeidsdeskundige de functies passend achtte ondanks de extra beperking in het uiten van emoties. Het bestreden besluit was aanvankelijk niet deugdelijk gemotiveerd, maar werd in hoger beroep voorzien van een toereikende onderbouwing. De intrekking van de uitkering werd bevestigd, met een proceskostenveroordeling ten gunste van appellante.
Uitkomst: De intrekking van de nabestaandenuitkering wordt bevestigd ondanks betwisting van de mate van arbeidsongeschiktheid.