ECLI:NL:CRVB:2024:709
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herhaalde aanvragen nabestaandenuitkering ANW wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante heeft meerdere keren een nabestaandenuitkering op grond van de ANW aangevraagd nadat haar eerdere recht op uitkering was beëindigd omdat haar jongste kind achttien jaar was geworden. De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft deze aanvragen telkens afgewezen omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden die aanleiding gaven tot herziening van het eerdere besluit. De rechtbank heeft deze afwijzingen bevestigd in twee uitspraken, waarbij werd geoordeeld dat de medische informatie van Forta Groep geen nieuwe feiten bevatte en dat de eerdere beoordeling van de arbeidsongeschiktheid van minder dan 45% stand hield.
Appellante stelde dat de rapportages van Forta Groep een nieuwe diagnose van een paniekstoornis bevatten en dat zij voorafgaand aan de besluiten onderzocht had moeten worden door een verzekeringsarts via een fysiek spreekuurcontact. De Raad oordeelt dat een diagnose op zich geen nieuw feit is en dat de verzekeringsarts de psychische kwetsbaarheid reeds had meegewogen. Ook was appellante in eerdere procedures voldoende onderzocht. De Svb hoefde daarom geen nieuw spreekuuronderzoek te laten plaatsvinden.
De Raad concludeert dat de bestreden besluiten niet evident onredelijk zijn en dat de Svb terecht is teruggekomen op het eerdere besluit van 18 februari 2015. De hoger beroepen slagen niet en de aangevallen uitspraken worden bevestigd. Appellante krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet terugbetaald.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde aanvragen om een nabestaandenuitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.