ECLI:NL:CRVB:2019:1381
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstand en opleggen boete wegens niet melden contante inkomsten
Appellant ontvangt sinds 2012 bijstand en kreeg na onderzoek van de gemeente Haarlem een herzieningsbesluit opgelegd vanwege het niet melden van contante bedragen die hij maandelijks ontving. Het college stelde dat deze bedragen als middelen in de zin van de Participatiewet moeten worden beschouwd en daarom in mindering gebracht op de bijstand.
Appellant voerde aan niet te weten dat hij deze bedragen moest melden en stelde dat het college op de hoogte was van zijn hoge woonlasten. De Raad oordeelde dat de inlichtingenplicht objectief is en dat het appellant redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat de contante inkomsten invloed hebben op het recht op bijstand. Leningen zijn niet uitgezonderd van het middelenbegrip.
De Raad bevestigde de terugvordering van ten onrechte ontvangen bijstand en wees het beroep tegen de opgelegde boete af. De boete is vastgesteld op basis van normale verwijtbaarheid en draagkracht, waarbij 10% van de toepasselijke bijstandsnorm als fictieve draagkracht is gehanteerd. Het verzoek om schadevergoeding is eveneens afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van bijstand en de opgelegde boete wegens niet melden van contante inkomsten.