Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, die arbeids- en inkomensondersteuning ontvangt op grond van de Wajong, diende twee aanvragen in voor een starterskrediet van € 8.000,- voor zijn onderneming. Beide aanvragen werden door het UWV afgewezen omdat appellant niet over de noodzakelijke persoonlijke vaardigheden zou beschikken om als zelfstandig ondernemer te functioneren, mede gelet op zijn beperkingen en het bedrijfsplan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de afwijzing ongegrond en oordeelde dat het UWV beoordelingsvrijheid heeft en de afwijzing slechts terughoudend getoetst kan worden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de arbeidsdeskundigen een verkeerde maatstaf hanteerden en dat hij onterecht werd misleid, maar deze standpunten werden verworpen.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht uitging van de beperkingen zoals vastgesteld in een Functionele Mogelijkhedenlijst en dat het bedrijfsplan onvoldoende onderbouwd was. Er was geen schriftelijke toezegging voor het krediet, waardoor het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag voor een starterskrediet is terecht afgewezen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.