ECLI:NL:CRVB:2019:141
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-herbeoordeling wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellante, voormalig unitmanager en intercedent, viel in 2009 uit wegens lichamelijke klachten en ontving een WGA-uitkering. Na herbeoordeling door het UWV in 2015 werd vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geen recht meer had op een WIA-uitkering. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde op basis van medisch onderzoek en ingebrachte informatie dat er geen objectiveerbare afwijkingen waren en dat een urenbeperking niet noodzakelijk was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig en volledig was. Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen werden onderschat en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige. De Raad volgde het oordeel van de rechtbank en het UWV, vond geen aanleiding om de medische beoordeling te betwijfelen en wees het verzoek om deskundigenbenoeming af.
De Raad concludeerde dat de beperkingen van appellante adequaat waren weergegeven in de Functionele Mogelijkhedenlijst en dat de geselecteerde functies passend waren. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees de proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.