ECLI:NL:CRVB:2019:1487
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming op grond van TOG wegens ontbreken bijzonder geval
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming ouders van thuiswonende gehandicapte kinderen (TOG) en dubbele kinderbijslag. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees deze aanvragen af omdat de TOG per 1 januari 2015 was vervallen en dubbele kinderbijslag niet met terugwerkende kracht kan worden toegekend.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat sprake was van een bijzonder geval, onder meer vanwege onjuiste voorlichting door een stichting, late diagnose van zijn zoon en het niet tijdig ontvangen van informatie door de Svb.
De Raad oordeelde dat onbekendheid met de wet en late diagnose op zichzelf geen bijzonder geval vormen. Ook de door appellant aangevoerde onjuiste voorlichting en het ontbreken van elektronische gegevensverstrekking door CIZ en Bureau Jeugdzorg leiden niet tot het aannemen van een bijzonder geval. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de tegemoetkoming op grond van de TOG wordt bevestigd.