ECLI:NL:CRVB:2019:1589
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen ondanks psychische beperkingen
Appellante ontvangt sinds 2005 een Wajong-uitkering vanwege psychische klachten met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na invoering van de Wajong 2015 beoordeelde het UWV haar arbeidsvermogen opnieuw en besloot de uitkering per 1 januari 2018 te verlagen van 75% naar 70% van het minimumloon. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze verlaging.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht, waarbij verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen betrokken waren. Er was geen aanleiding om te twijfelen aan hun conclusies dat appellante mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. Appellante voerde aan dat haar beperkingen onderschat waren en dat zij niet in staat zou zijn de voorgestelde werkzaamheden uit te voeren.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank in haar oordeel. De medische en arbeidskundige onderzoeken waren voldoende zorgvuldig en onderbouwd. De Raad vond geen reden om een onafhankelijke deskundige te benoemen. Appellante had onvoldoende medische stukken overlegd om haar volledige arbeidsongeschiktheid te onderbouwen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de verlaging van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de Wajong-uitkering naar 70% van het minimumloon wordt bevestigd omdat appellante arbeidsvermogen heeft.