ECLI:NL:CRVB:2019:1597
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over juiste toepassing urenvermindering WW-uitkering na afwijzing passend werkaanbod
Appellant, voormalig docent, kreeg een WW-uitkering gebaseerd op 36 uur per week. In juni 2016 deed een werkgever een passend werkaanbod van 24 uur per week, dat appellant telefonisch afwees. Het UWV weigerde daarop de WW-uitkering volledig vanaf 1 juli 2016 wegens het niet accepteren van passende arbeid.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat de vermindering slechts gedeeltelijk, op basis van 24 uur, had moeten plaatsvinden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV de vermindering ten onrechte op het volledige aantal uren had gebaseerd in plaats van op het concrete aanbod van 24 uur.
De Raad stelde vast dat het aanbod passend was en dat appellant gehouden was dit te accepteren. Er was geen reden om het aanbod af te wijzen wegens een onaangename sfeer of vermeende hoge werkdruk. De Raad bepaalde dat het UWV het besluit moet herstellen en de vermindering moet toepassen op basis van 24 uur per week, conform artikel 27 van Pro de WW.
Uitkomst: Het UWV moet de vermindering van de WW-uitkering baseren op het concrete aanbod van 24 uur per week en het besluit binnen zes weken herstellen.