ECLI:NL:CRVB:2019:1598
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WW-uitkering en boete wegens niet melden zelfstandige werkzaamheden
Appellant ontving vanaf juni 2013 een WW-uitkering. Het Uwv herzag deze uitkering per januari 2014 nadat bleek dat appellant als zelfstandige gemiddeld acht uur per week werkte zonder dit te melden. Hierdoor werd een bedrag van bijna €15.000 teruggevorderd en een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de herziening ongegrond en mat de boete naar beneden vanwege de aflossingscapaciteit van appellant. Appellant stelde in hoger beroep dat hij toestemming had van zijn werkcoach en dat zijn sollicitatieplicht was opgeheven, maar kon dit niet onderbouwen.
De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs had moeten weten dat hij zijn werkzaamheden moest melden. De verklaring van appellant over het aantal uren werd aanvaard, maar zijn latere betwisting onvoldoende onderbouwd. De boete werd als proportioneel beschouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de WW-uitkering en de opgelegde boete wegens niet melden zelfstandige werkzaamheden.