ECLI:NL:CRVB:2019:1599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking WW-uitkering wegens niet gemelde zelfstandige werkzaamheden
Appellant ontving een WW-uitkering vanaf 11 april 2012 gebaseerd op een arbeidsurenverlies van 38 uur. Het UWV stelde na een intern onderzoek vast dat appellant sinds 16 april 2012 volledig als zelfstandige werkte zonder dit te melden, en trok de uitkering met terugwerkende kracht in. Appellant voerde aan dat hij zijn zelfstandige werkzaamheden wel had gemeld aan zijn werkcoach en tijdens een telefonische controle.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat het UWV onterecht de uitkering per 16 april 2012 introk, omdat appellant pas vanaf 2 juli 2012 volledig als zelfstandige werkte. De intrekking over de periode 16 april tot 2 juli 2012 kan daarom niet standhouden.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, beveelt het UWV tot een nieuwe beslissing op bezwaar en veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellant. Tevens wordt bepaald dat tegen de nieuwe beslissing alleen beroep bij de Raad mogelijk is.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WW-uitkering per 16 april 2012 wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.