ECLI:NL:CRVB:2019:1639
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstand en boete wegens niet gemelde inkomsten
Appellant en zijn echtgenote ontvingen vanaf januari 2013 bijstand. Na onderzoek bleek dat appellant niet alle inkomsten uit arbeid had doorgegeven, wat leidde tot herziening van de bijstand en terugvordering van een bedrag van €4.552,31. Tevens werd een boete opgelegd die na bezwaar werd verlaagd tot €1.920.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de boete gematigd had moeten worden vanwege zijn financiële situatie, maar kon dit niet voldoende onderbouwen. De Raad concludeerde dat het college terecht de boete had vastgesteld op basis van normale verwijtbaarheid en dat de draagkracht onvoldoende was aangetoond.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de opgelegde boete, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit en handhaaft de boete van €1.920 wegens het niet melden van inkomsten.