ECLI:NL:CRVB:2019:1658
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking bijstand wegens onvoldoende bewijs woonplaats buiten gemeente
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en gaf aan voornamelijk bij zijn tante te verblijven. Het college verleende bijstand met toepassing van de kostendelersnorm en legde een zoektermijn op. Na verzoek om nadere informatie over verblijfplaatsen en financiële gegevens, schortte het college de bijstand op vanwege het niet tijdig verstrekken van deze gegevens. Vervolgens trok het college de bijstand in en vorderde kosten terug, stellende dat appellant zijn woonplaats buiten Rotterdam had.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond en het beroep tegen de opschorting niet-ontvankelijk. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het college onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat appellant zijn woonplaats buiten Rotterdam had, mede omdat het college geen onderzoek deed naar andere relevante omstandigheden. De intrekking en terugvordering berusten daarom niet op een deugdelijke feitelijke grondslag en worden vernietigd.
De Raad bevestigt echter dat het college bevoegd was om de bijstand op te schorten wegens het niet tijdig verstrekken van gevraagde gegevens, ondanks het beroep van appellant dat hij tot een kwetsbare groep behoort. De Raad veroordeelt het college in de kosten van appellant en bepaalt dat het college het griffierecht vergoedt.
Uitkomst: Besluit tot intrekking en terugvordering bijstand wordt herroepen, opschorting blijft in stand.